Het geval dat

Ik kan steeds slechter tegen nieuws over dode kinderen. Ik moet dan echt mijn best doen om het tragische nieuwe me niet heel erg te laten raken.  Ik wil niet denken aan het geval dat.

Des te meer leef ik mee met de mensen achter dat nieuws. Ouders, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s, brandweermensen, ambulancepersoneel en anderen die ‘gewoon’ hun werk doen of betrokken zijn bij zo’n drama.

Hoge inruilkorting

(geschreven op vakantie in Zweden)

Een wachtende man bij een winkel vind ik vaak een triest gezicht. In de cabrio naast ons zit een man. En ik vind hem erg zielig.

Hij is grijzend en zijn zonnebril past niet meer bij zijn leeftijd. Zijn compensatiecabrio wel. Een paarse BMW Z3. Jammer van die kleur. En van het model. James Bond reed 15 jaar geleden voor het laatst in zo’n auto.  In de zijne zaten bovendien raketten. En hij was alles behalve paars.

Hij wacht op een blonde vrouw. Te oud om zijn dochter te zijn. Te jong voor een jeugdliefde. Maar ook te oud om het lekkere jonge ding te zijn waar hij de moeder van zijn kinderen voor inruilde. Ook te oud voor zo’n rokje. Hij kleurt wel goed bij de auto.

Ze discussiëren over de inhoud van de plastic tas. Het kan niet gaan over de dure kleren die ze op zijn creditcard heeft gekocht. We staan voor een supermarkt.

Je ziet hem denken. Tijd voor een nieuw model.

Tijd om te doen alsof

Ik ben fan van MGMT. Al was het maar om de Web 0,9 website die ze een tijd geleden hadden. Time to pretend is mijn favoriete nummer. Ik leg het verder niet uit. Muziek moet je horen.

This is our decision, to live fast and die young.
We’ve got the vision, now let’s have some fun.
Yeah, it’s overwhelming, but what else can we do.
Get jobs in offices, and wake up for the morning commute.

(…)

We’ll choke on our vomit and that will be the end

Je kunt het geen hobby noemen

Een jaar of 9 geleden had ik wiskunde en natuurkunde als ‘hobby’. Ik gebruik aanhalingstekens omdat ik niet weet of dat überthaupt een hobby is. Computeren was toen meer een hobby.

Je kunt best hobbyen op tekenen, kleien of een andere soort handvaardigheid. Bij ieder ander schoolvak wordt het toch een beetje gek. Als het slimste jongetje van de klas die nog graag zijn aantekeingen van Havo 4 over het vervoegen van naamvallen in het duits.

Bovendien veronderstellen veel mensen vaak dat je er goed in bent.

En daar zit het probleem. Ik was wel goed in wiskunde en natuurkunde (op mijn cijferlijst stonden een 7 en een 8), maar als het boven Havo 5 niveau komt, dan kom ik er niet meer uit. Geen schande, maar ik ben er dus maar mee gestopt. Gestopt met het mijn hobby noemen. Want in werkelijkheid probeerde ik iedere 3 jaar een keer de wortelformule te verklaren. En vandaag, voor het eerst in een lustrum, ben ik gaan rekenen aan een sommetje van de Wiskundemeisjes. En weer kwam ik er niet uit. Geen idee was pythagoreïsche getallen zijn.

Nu ik er over nadenk is dit de eerste keer dat ik het in het openbaar mijn hobby noem. Een beetje potsierlijk, nu ik er over nadenk.

“Dat scoort beter”

“Bellen jullie ook tijdens het 8 uur journaal?”

Tegenover mij zit een man van een jaar of 50. Hij stopt verse patatten in zijn pafferige gezicht. Ik wacht op mijn bestelling en we zijn aan de praat geraakt.

We hebben het over mijn werk. Ik heb gezegd dat ik “marketeer” ben, en dat had ik beter niet kunnen doen. Tegen mensen geboren voor 1960 zeg ik altijd dat ik “aan marketing doe” of, als ik indruk wil maken, dat ik “in de reclame zit”. Zijn generatie denkt dat ik mensen bel om ze electriciteit of abonnementen aan te smeren. Op mijn werk doe ik veel meer met een computer, maar dat terzijde. Ik doe dus niks met telemarketing.

“Nee, wij bellen tijdens Goede Tijden, Slechte Tijden. Dat scoort beter.”

Een patatje glibbert tussen zijn neus en kin naarbinnen.  Hij fronst. “Daar kijk ik niet naar” kouwt hij mij toe.

“Dan heeft u geluk!” roep ik opgetogen. Ik pak mijn bestelling. Ik zwaai en loop de deur uit.

Burgermannen en zombies

Rock & roll is niet meer wat het geweest is. De laatste legende die voor zijn 28e doodging, ligt alweer 15 jaar onder de zoden. En de nog levende legendes lijken meer op burgermannen dan op zombies.

Metallica is opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame. Dat klinkt precies wat het is. Je bent met je band al jaren bezig. Je hebt legendarische plaat gemaakt en je hebt een paar classics op je naam staan waar Arbeidsvitamienen de komen de drie decennia niet omheen kan.

Als je niet weet dat Metallica vorig jaar nog een geweldige plaat heeft afgeleverd, dan zou je denken dat ze er klaar mee waren. Over the hill. Passé. Op één lijn met de Eagles, Bee Gees en Diana Ross.

Ik heb de uitreiking gezien en ik vond het een beetje ontluisterend. Een handjevol hardrockers in bruiloftskostuum die hun moeder, vrouw en kinderen aan het bedanken waren voor een prachtige carrière. Waar is de roll in rock & roll gebleven? Of betekent “roll” in dit geval omdraaien. Als in z’n graf.

Het dieptepunt vond het dankwoord van James Hetfield. Hij hintte naar zijn verslavingen en dat hij daar nu geen last meer van had. Dat kwam allemaal omdat zijn vrouw en dochter hem hadden geleerd van liefde is. En houden van. Morgen moet ik naar de tandarts om mijn glazuur bij te plamuren.

Dat is natuurlijk harstikke mooi. Ik zou er eigenlijk niet cynisch over magen doen. Maar toen ik zijn dochtertje zag, was ik stomverbaasd. Daar zat een prinsessenmeisje; een paar jaar ouder dan Marit. James Hetfield had een gezinnetje als ik.

Was hij nu dichterbij mij gekomen of was ik meer rock & roll dat ik dacht? Moet ik in het vervolg naar hem refereren als James? Alsof hij in Sesamstraat, Volendam of het Big Brother-huis woont? Waar is de tijd gebleven dat artiesten gewoon de 28 niet haalden?

Het verhaal gaat dat Michael Jackson de laatste maanden van zijn leven alleen onder narcose kon slapen. En dat hem heeft genekt. Zielig voor zijn kindjes. Maar best Rock & Roll.