Wat is daarop uw antwoord?

Eleanor en ik zijn verloofd. Ergens in het voorjaar of de zomer van 2010 gaan wij met elkaar trouwen.

Een paar weken geleden hadden we het al besloten. Maar we hadden het nog niemand verteld omdat we het feestje van Ricardo en Margreet niet wilden verstoren. Daar heb ik wel een paar leugentje voor over: “Trouwplannen?! Wij?! Neeeee, hoor!”.

Ik heb regelmatig mensen verteld dat wij niet perse hoeven te trouwen. We hebben 2 kinderen, een huis en een stationwagon, dus wij hoeven niet naar het gemeentehuis voor een papiertje. We hebben wel een goede reden om te trouwen. We willen op die dag namelijk onze liefde vieren. En dat delen met de mensen waar wij van houden.

We hadden het al eerder over trouwen gehad. Toen we in verwachting waren van Marit. We liepen tegen praktische zaken aan als hoe en wanneer. Van ‘hoe’ hadden we een beeld, maar van ‘wanneer’ wisten we dat dat kort na de bevalling van Marit zou worden.  We kozen ervoor om te genieten van de kraamtijd.

Dat het uiteindelijk nog 5 jaar heeft geduurd, is mijn schuld. Mijn huwelijksaanzoeken zijn niet veel waard. Niet dat ik aan Jan en alle vrouw heb gevraagd mij te trouwen. Maar ik stelde de vraag al tijdens onze eerste date (d.d. derde kerstdag 2000). Hoe serieus moet je het dan nog nemen?

We zijn gisteravond flink aan het brainstormen geslagen. Met een webbrowser aan, kom je een eind. Dat voelde fijn. Want wat is nou leuker dan het vieren van je liefde?

Slooppremie

Ergens 2 weken geleden kreeg ik een brief van de Opel-dealer over de slooppremie. Als mijn Corsa door de schredder ging, dan konden zij een extra mooi prijsje voor mij maken bij het kopen van een nieuwe auto.

De brief belandde direct bij het oud papier. Ik hoef geen nieuwe auto en het voelde ook niet helemaal lekker. Het is mijn eerste eigen auto en daar ben ik toch best aan gehecht.

Blijkbaar voelde het bij meer mensen slecht. Want ik kreeg een week later nog een brief.

Melk uit de kokosnoot (je wordt vanzelf groot!)

De jonge schrijver had direct spijt van zijn grootspraak aan een franse journaliste.

“Ik heb ballen als kokosnoten. Niet zo groot natuurlijk – ze moeten wel gewoon in een Speedo passen. Maar ze zijn wel zo hard en ruig behaard.”

Deze uitspraak zou hij nog jaren moeten horen. Bij de publicatie van ieder nieuw boek zou minstens 1 recensent  kokosnootballen gebruiken om het stukje op te leuken.

Een paar weken na het bewuste interview werden de eerste pallets van zijn debuut naar de ramsj gebracht. De vorige herfst was de journaliste op de Bahama’s. Dat was de laatste keer dat ze aan zijn kokosnootballen dacht.

Marits beroepskeuzetest

We halen met z’n drieën Eleanor op van haar werk. In de grote zaal staan de stoelen voor het concert van vanavond al klaar. Stoelen in de zaal voor het publiek. Stoelen op het podium voor het symfonieorkest. Met de meiden aan de hand sta ik aan het eind van de catacombe.

Ik leg aan Marit uit dat er vanavond een orkest gaat spelen. En dat mamma ervoor zorgt dat de mensen weten dat het orkest optreedt, zodat ze een kaartje kunnen kopen. Ik vind dat ik het vak van marketeer goed heb uitgelegd. Dat ik ook zoiets doe, vertel ik maar niet. Dan moet ik een meisje van 4 uitleggen wat een zorgverzekering is. Ik hou van kinderen.

Op de terugweg zijn Marit en Elke lekker aan het babbelen.

“Elke, wat wil jij later worden?”
“Een olifant!”
“Nee, Elkùh, dat kan niet. Je moet een brandweerman of de piloot van een ruimteschip worden.”
“Ik wil een koe worden.”
“Nee, Elke dat is geen beroep.”
“Een varkentje”

Een halve kinderboerderij later is Elke nog steeds niet geslaagd voor Marits beroepskeuzetest

Zeilgriep, niet uit Mexico

Ik heb vorige week gezeild. En ik ben bang dat ik de zeilgriep nu te pakken heb. Je moet me ‘s avonds achter Marktplaats wegslaan, omdat ik anders de hele nacht naar zeilbootjes blijf kijken. Ik ben al een paar keer 3 kliks verliefd geweest op een bootje. Een paar meter lang met mooi hout en een trailer.

Wist niet dat dat kon.

Ik denk dat ik eerst maar een zeilcursus ga doen. Voordat ik een kleine 1000 euro investeer in iets dat ieder jaar uit het water moet voor onderhoud.

Wat zit er in een skippybal?

Eén keer is mijn moeder zo boos op mij geweest, dat ik me het nog kan herinneren. Ik was 8 jaar en had zojuist mijn skippybal laten knallen. Ik had een stokje gevonden en ik wilde weten hoever ik hem erin kon duwen. Vlak voor *pang* was ik halverwege. Het stokje.

M’n moeder werd dus boos. Er was een vriendje bij die het alleen maar erger maakte. Die begon te slijmen en zei dat hij ook wel heel graag zo’n hele mooie oranje skippybal had willen hebben. Ik had hem eigenlijk een klap voor zijn bek moeten geven. Dat had hij om andere reden vast al wel eerder verdiend (hij was achteraf behoorlijk zuigend etterbakje). Het is wat dat betreft jammer dat ik niet dapper genoeg ben om gewelddadig te worden als puntje bij paaltje komt.

Waarom liet ik die skippybal knallen? Omdat ik graag weet hoe dingen in elkaar zitten? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik deze week nog de punt van een pen heb geslepen met een puntenslijper. En voor wat ik toen ontdekte had ik ook het knopje aan de bovenkant van de pen kunnen indrukken.

Met dat stokje ontdekte ik hoe boos ik mijn moeder kan maken. En wat er in een skippybal zit.

Schrijfblok

“‘k Wil nog even wat loggen.”

Eleanor had eigenlijk bedacht dat ik me nu zou douchen en aankleden. Ze gaat in mijn plek als ik de kinderen aankleed.

Eerst Marit. Als een paard dat nieuwe hoefijzers krijgt, trek ik haar onderbroek, broek en sokken aan. De rest kan zo over het hoofd. Marit rent naar de trap en roept “Mamma, ik ben aangeklééééd!” naar boven.

Elke moet gevangen worden. Hup, naar de bank, het 2e paardje krijgt kleren aan. “Kijk een broek” zeg ik. “Nee, pappa, lekking”. Ik ben niet voor niets gezakt voor de module “Kleding en accessoires” van de cursus voor vaders met dochters. Gelukkig kon ik compenseren met “Knippen, plakken en tekenen” en “Kleien en verven”. Laatst herkende ik wel een bolero tussen Marits nieuwe kleren. Dat kwam omdat ik mensen die het uitspreken als bo-le-roo in plaats van een bo-lee-ro.

Als Elke ook nog schoenen aanheeft, plof ik neer achter de computer. Wat wilde ik ook alweer schrijven?