Goedemorgen allemaal

We zitten in de ochtendflow. Eten, tassen en jassen. Dat is waar het ‘s morgens om gaat. En vergeet het eten van de katten niet.

“Woef, woef” hoor ik achter de deur. Elke komt op handen en voeten de kamer in. Ze heeft haar handen in haar regenlaarsjes gedaan. De groene met het bijtje links. De roze met de roosjes rechts.

“Kom maar hier, hondje!” ik til haar op haar voeten om haar jasje aan te doen. Ik zet haar laarsjes op het schoenenrek in de hal. Marit kijkt door de brievenbus naar buiten.

Elke klimt zelf in de auto. “Marits stoel” roept ze tegen haar nieuwe zitje. Marit zit op haar – echt nieuwe – stoelverhoger. Nu nog de CD van “Floddertje” aan en we kunnen.

De dag is begonnen.

De ontmaskering van liefdesliedjes

Het regent. Ik zit in de auto. Ik heb een lange dag achter de rug. En nog heel wat kilometers te gaan. De radio speelt “Liefdesliedjes” van de Jazzpolitie.

“Liefdesliedjes” is het eerste liedje waarvan ik de tekst heel goed vond. Ik hoor hem voor het eerst in jaren weer terug. En ik begrijp iets niet. Het is een lang nummer, maar dat hebben ze op een heel goedkope manier geflikt.

In het liedje zitten 6 versen. Daarvan zijn er 2 een refrijn, 2 versen die op 2 regels na gelijk zijn en 2 korte versen die anders zijn. Bijna tweederde is gecopypaste. Heel mooi gecopypaste, maar het was toch een beetje een katertje. Zo onderweg op de A28. Gelukkig was ik bijna thuis toen het liedje was afgelopen.

Een mutsje met flappen en kwastjes

Ik weet niet hoe ze zo’n mutsje noemen. Op mijn kamer hangt een poster van een jongen en een meisje in het bos. Ze wandelen hand in hand en maken reclame voor wandelmaanden.

Ze zijn volwassen, maar nog duidelijk een jongen en een meisje. En verliefd bovendien. Hij kijkt iets te opschepperig de camera in.  Ze lijkt oprecht blij om in het bos te zijn.  Met dat mutsje.

Ik heb de gitarist van de Red Hot Chili Peppers eerder met zo’n mutsje gezien. In de videoclip van Under The Bridge. Daar heeft hij hem waarschijnlijk ook gevonden. Het is een beetje een zwerversmutsje. Met van die flappen om je oren warm te houden.

Aan de flappen zitten kwastjes. Dat maakt het meisjesachtig. Misschien dat ze hem daarom op heeft. Het voorjaart behoorlijk zonnig op de poster.

Stoflongen

Ik bewaar mijn werk en ik sluit Word af. Verderop gaat een stofzuigermond sissen.

Om makkelijk te kunnen schoonmaken zit er in ons gebouw een ingenieus buizensysteem. Dat systeem is in de kelder aangesloten op een manshoge compressor die lucht uit de buizen zuigt. Overal zitten stofzuigermonden in de vloer. En als schoonmakers willen zuigen dan sluiten ze daar een speciale slang op aan. Het zijn – zeg maar – de stoflongen van het kantoor.

Het sissen gebeurt ook vaak als er geen schoonmaker in de buurt is. Alsof het systeem een eigen wil heeft. Gewoon midden overdag. Het stoort behoorlijk. Eén collega raakte ervan in de war en is een stofzuigermond te lijf gegaan. We hebben niets meer van hem gehoord. Waarschijnlijk is hij ontslagen, vanwege vernieling van bedrijfseigendom. Maar er zijn ook collega’s die beweren dat hij is opgezogen. En dat het Facilitair Bedrijf iedere dag 2 mensen een uur laat zoeken.

Een andere collega was voorzichtiger. Buiten de luchtdraaikolk om heeft hij de stofzuigermond opengewrikt met een lepeltje. Hij heeft hem gedicht met een stressbal. We hoorden opeens een hoog geluid en het sissen stopte. De compressor zoog nu een soort van vacuum, waardoor op andere plekken het gesis harder werd.

Dat bracht een collega van het Facilitair Bedrijf op een idee. Vanmorgen zag ik hem met een doos stressballen in de weer. Hij heeft op alle 11 verdiepingen een stressbal in de  stofzuigermonden gedaan. Nog voor de lunch zat de opgezogen collega (het was dus tóch waar) weer achter zijn computer.

Verfomvraaid en stoffig was hij zijn maandenlange mailachterstand aan het wegwerken. Er hing een enorme stofwolk om hem heen. Door collega’s die hem blij op zijn stoffige schouders sloegen. Niemand durfde aan te bieden hem even af te stoffen met een stofzuiger.

Labelwriter

Ik had mijzelf een labelwriter beloofd. Het GTDbord hangt nu 3 dagen keurig aan de muur, maar de blaadjes hangen op willekeurige plekken. Met labels als “Eerstvolgende actie”, “Boodschappen” en “Stuff” gedragen ze zich vast beter. Hoewel “Eerstvolgende actie” me nu een beetje vreemd aandoet. Dat moet ik vast uitleggen; zaterdag op mijn verjaardagsfeestje.

Maar goed. Ik had mijzelf een labelwriter beloofd. De Bruna had er één in de aanbieding. En die wilde ik hebben. Dus liep ik een kwartier voor koopavondsluitingstijd door het winkelcentrum. Midden in een open plek – die ook als terras dient – staat een boompje. Ik geloof dat ze zoiets in de wereld van de architectuur “een stukje groen” noemen. Dat is ook precies wat het is: Een stukje groen op een woestijn van plavuizen. Twintig stappen na het boompje is de Bruna.

“Er staat deze week een labelwriter in uw folder” zeg ik hoopvol tegen de verkoopmeneer. Hij kijkt mij een beetje bevreemd aan omdat ik het over zijn folder heb. Ik weet ook wel dat hij het foldertje niet zelf gemaakt heeft. Hoewel ik het wel een klein beetje hoop.  Op een klein drukpersje in het kamertje met “Privé” op de deur. Ik stel me dan zo voor dat in dat kamertje ook de deur naar het toilet is.

Ik reken de labewriter af. En ik denk aan de nagels die ik nodig heb om het plakstripje los te krijgen van het labeltje “Eerstvolgende actie”. Gaat niet lukken.

Martin Bril (1959 – 2009)

Martin Bril

Martin Bril is overleden. Ik kende zijn werk niet zo goed – ik heb Evelien gelezen en las wel eens een column – iets zinnigs kan ik daarover niet zeggen. Wel dat hij mij deed glimlachen.

Ik had me voorgenomen om zijn boek over zijn dochters te lezen. Omdat ik ook 2 dochters heb. Maar vooral omdat het gesprek van Mathijs van Nieuwkerk met ze zo leuk was. Martin zat erbij en was bij tijd en wijle het leidend voorwerp in het gesprek. Zoals zij dat in Martins columns waren.

Mijn gedachten zijn bij zijn vrouw en dochters.

Was ik maar stuccadoor

Ik wil wel meer klusdingen leren. Cement maken voor een draaimolen gaat me goed af. Maar dat is niet genoeg. Het liefst zou ik kunnen stuccen. Over goede stuccadoren hoor ik mensen vaak hoog opgeven.  Ik vind het ook mooi dat ze in de bouw het vaak over stuccadoren hebben in plaats van stuccen. “Johnnie heeft dat muurtje mooi gestuccadoord”. In het Gronings is het nog mooier “Sjonnie hed dat muurtje mooi stuccadoort”.

Zondag chez Bjorn

Klussen is voor echte mannen. Ik ben in ieder geval een stuk meer Rambo met een accuboor dan met een strijkbout. Vooral als het gaat om echt stoere doe-het-zelf-klussen als beton maken. Dat ik beton maakte om een droogmolen in te plaatsen is wel een beetje jammer.

Trouwens, vandaag veel gedaan. Uitgeslapen. Kinderen geholpen met schommelen. Kinderzitje naar opa en oma gebracht. Met Marit en Elke in een lege Grote Zaal van De Oosterpoort gestaan (“Wat een hoge gordijnen!”).

Nu nog de kattenbak schoonmaken.

A. den Doolaard over verdraagzaamheid

In De Wereld Draait Door bespraken ze vanavond het boek “Help, ik ben blank geworden” van correspondent Bram Vermeulen. In dit boek ontdekt Vermeulen dat het hem niet is gelukt om in Zuid-Afrika te integreren.  Hij gebruikt deze uitspraak van A. den Doolaard als motto voor zijn boek.

In diepste wezen blijft elk mens voor de medemens een geheim. Eerder zal zout tot honing worden, eer een mens een mens begrijpt, laat staan een volk een volk. De geschiedenis van elk volk is een ankertouw, dat tot in onzichtbare diepten reikt. Elke vadem is een eeuw, en elke eeuw bracht gezamenlijke belevenissen die anders waren dan de onze. En de enige mogelijkheid tot volkerenverbroedering moet beginnen met de aanvaarding van dit anderszijn. De ware vrede kan niet groeien uit begrip maar enkel vanuit de moeilijkste van alle deugden: de verdraagzaamheid.

Verdraagzaamheid prediken is het beste antwoord op Fitna 2.

Zo houd je paastollen biede paasdagen lekker

(geldt trouwens ook voor kerststollen)

paasstolhack_plank_zakje

Het probleem

Ik ben gek op een lekkere stol. Ze komen alleen maar langs met Kerst en Pasen. Maar ze zijn er dan wel gelijk voor 2 dagen.  De tweede dag valt hij toch altijd een beetje tegen. Je moet dan helemaal naar de bodem van het zakje graaien om hem te pakken. Je handen zitten dan helemaal onder de poedersuiker en je moet al handen wassen voordat je überhaupt een hap hebt genomen.

Gebruik een broodplankje

Ik heb de oplossing gevonden in een klein broodplankje. Je legt de stol op het plankje om een paar heerlijke plakken af te snijden je schuift hem met plank en al terug de zak in.

Bonushack: snij de stol doormidden!

Ken je het prolbeem dat de eerste 2 plakken geen spijs hebben? Dat los je op door de stol doormidden te snijden.