Spijkerstof

Eleanor en ik liggen in bed. We lezen. Eleanor zucht half geschrokken en vraagt: wil je nog wat voor me doen?

Ik zeg net te snel ja. Macht der gewoonte.

Er zitten nog sleutels in de deur van de garage. Tuinkant, hoor ik op navraag. Ik pak mijn spijkerbroek en ik loop naar beneden. Sinds ik vaker jasje-dasje naar het werk ga, gaan mijn spijkerbroeken steeds later de wasmachine in. Dit exemplaar draag ik al zo n 3 weken ongeveer 2 keer per week. Het is ook een fijne spijkerbroek. Hoeft nog minstens een maand niet gewassen te worden, denk ik stiekem.

Glibberend over het houten terras bedenk ik mij dat mijn opa spijkerbroeken maar niets vond. Zeker niet als je ze naar school of kantoor droeg. In zijn tijd was spijkerstof eerder stevig dan modieus. Spijkerbroeken droeg je alleen op de bouw of op het land. Deed je ‘schoon’ werk of moest je om een andere reden netjes gekleed, dan waren ze not done. Ook al kende hij die uitdrukking toen vast niet. Zelf heb ik daar minder moeite mee, maar nu draag ik hoogstens een spijkerbroek op mijn werk op casual friday.

In de woonkamer loop ik de algen van mijn voetzolen en leg ik de sleutels op tafel.

Onderaan de trap blijf ik even staan. Ik beeld me een oude foto in van een landarbeider. Trots. Kin omhoog. Spijkerbroek tot over zijn middel. Aangsnoerd met een touw die twee keer is omgeslagen. Klaar om weer aan het werk te gaan als de fotograaf nog aan het inpakken is.

Mijn voeten zijn koud. Ik ga maar naar bed. M’n voeten warmen aan Eleanor.

Middagdutjes

Hoe oud moet je zijn om geen middagdutjes meer te hoeven doen?

Marit stoeit al een tijdje met slapen. ‘s Nachts gaat het goed, maar overdag laat ze dat graag aan haar zusje over. We brengen haar trouw naar bed, maar slapen, ho maar! Behalve dan als ze met me mee gaat naar de winkel. Tot de kassa is er niets aan de hand. Bij de auto begint het. Ze wil niet mee, of bloemetjes zien en tot slot wil ze naar oma toe. En als ze dan in de auto klimt, wil ze niet op haar billen zitten.

“Marit, zitten doe je op je billen!” zeg ik dan bijna wanhopig.

Eenmaal in het zitje is het dan ook over. Ze wordt stil. En als we dan bijna thuis zijn, zit ze voorover te slapen. Het is maar net wat comfortabel is. Thuis is ze vervolgens niet wakker te krijgen. Ze ligt nu al bijna drie kwartier met haar jasje aan op de bank.

“Dat heeft ze dus van jou.” merkte Eleanor fijntjes op.

Ik vind 29 niet te oud.

Ik heb Futre’s Logoquiz gewonnen!

Ik ben weken in de ban geweest van Futre’s Logoquiz. De meeste logo’s wist ik direct, maar die onbekende daar kon ik soms uren naar zoeken. Afbeeldingen zoeken van Google was een geweldig hulpmiddel. Als je het merk niet weet, maar je hebt wel een idee van de branche, dan kom je vaak wel een heel eind.

Hoe ik Logo 4 ontdekte is een mooi verhaal. Ik had bij god geen idee dat dat het logo van Yamaha (muziekinstrumenten) was. Ik had het logo nog nooit bewust opgemerkt en ik wist niet waar ik het moest zoeken. Tot ik bij Pearl Jam in the Park was. Daar zag ik dat hun drummer Matt Cameron trommelde op een drumstel van Yamaha. Het was dat het erbij stond anders had ik het beeldmerk en het merk nog niet bijelkaar gebracht.

Vorige week ontdekte ik het laatst ontbrekende logo. Bij Google begonnen ze zich inmiddels af te vragen wat ik toch met plaatjes van logo’s van installatiebedrijven, bouwbedrijven en geschillencommissies had. Het hield mij ‘s nachts letterlijk wakker. Ik maakte mij zo druk om het vinden van dit logo, dat Eleanor dacht dat er geen oorlog meer in de wereld was. “Gelukkig” hebben we daar logo’s 28, 32, 35 en 50 voor. Maar dat terzijde. Ik ontdekte het logo van Terberg Leasing op de A28 ergens in de buurt van Beilen (historische plekken kun je nooit precies genoeg markeren). Ik hield domweg één van hun auto’s in en opeens schoot me het te binnen. Het was volgens mij al wel twee maanden geleden dat ik voor het laatst aan dat stomme logo had gedacht.

En nu heb ik gewonnen! Laat die 4 mijl maar zitten 😉

49 minuten

In Fantoompijn van Arnon Grunberg is de hoofdpersoon beroemd geworden met het boek “268 op de wereldranglijst”. Het lijkt erop dat mijn magnum opus “15129 van de 4mijl” gaat worden.

Het lopen van de 4 mijl van Groningen doet veel met je. Het begint met het starten in een kooi vol met mensen. Vanaf het moment dat ik de hekken binnenstapte kreeg ik een flashback naar Saving Private Ryan. Alsof ik moest landen op Omaha Beach. Ik ging ook expres wat extra naar achteren staan. De eerste tien rijen renners zouden zeker kanonnenvoer worden voor “Dikke Bertha”, dus als ik zes man voor me houd, dan moet ik het wel redden.

Het viel me al met al niet tegen. Ik overleefde de “landing” en ik kon het aardig volhouden. De afgelopen twee weken had ik nauwelijks getraind, maar in de weken daarvoor had ik toch al een keer 3 mijl gelopen. De laatste keer dat ik had gelopen was een week geleden en dat was niet bepaald een succes. Na amper twee kilometer was er dermate veel pap in mijn benen gelopen, dat ik er maar mee gestopt ben. Heel gek. Het was geen bewuste beslissing, ik stopte gewoon opeens met lopen.

Ik vond het dus niet gek dat ik 3 kilometer voor het einde (maar al wel meer dan halverwege) het op een wandelen moest zetten. Na nog een beetje rennen en wat wandelen, kreeg ik, bovenop de spoorbrug, de Herestraat in zicht. De spandoeken tellen de laatste 500 meter af en je hobbelt fijn de brug naar beneden. Het laatste stuk ging erg lekker. Wat door velen als zwaar wordt ervaren, kon ik nog makkelijk aan. Ik concentreerde me volledig op de speaker en dat hielp. Volgende keer neem ik mijn MP3-speler mee.

Wat ik erg jammer vond, was dat ik mijn fans langs het parcours heb gemist. Ze stonden er wel, maar ik liep niet langs de juiste kant van de weg. Ik had andere dingen aan mijn hoofd, moet je begrijpen. Gelukkig liep ik niet heel snel, dus heb ik nog even naar Eleanor, Marit, Elke, opa Jouke en oma Trieneke kunnen zwaaien.

Ik had pas laat door wat voor voeten mijn deelname aan de 4 mijl in aarde had. Ten eerste moet je toch écht wat meer trainen om een aardige tijd neer te zetten. En ten tweede, was mijn omgeving er toch meer mee bezig dan ik eerst bevroedde.

Ik blijf in iedergeval doorlopen. 🙂

Werktitel

‘Zwangere ouders’ geven hun nog niet geboren baby vaak een voorlopige naam – een ‘werktitel’ zeg maar. Ukkie, Frits, Boontje, en Fokke & Sukke (voor een tweeling) zijn we zelf onlangs tegengekomen. En bij een van de taaladviseurs is eens een geboortekaartje binnengekomen met: ‘Hoera! Henkie is geboren. We noemen hem Hugo.’ (bron: Taaladviesdienst)

Elke was “Kleine Pluis”. Marit “De Buik”

Catwalk / Runway

Eleanor en ik zijn grote fans van Project Runway. Ja, ik weet het, het is weinig rock’n’roll om samen met je vriendin een favoriet damesprogramma te hebben, maar op één of andere manier bleek ik kijken. Van dit programa hebben ze nu ook een nederlandse versie: Project Catwalk. De programma’s heten anders, maar ze zijn hetzelfde: Je stopt een paar onbekende modeontwerpers in een appartement. Ze mogen alleen naar buiten om kleren te maken. Hij/zij/het die het lelijkste kledingstuk maakt, moet wieberen.

Eleanor en ik zijn zo nodig nog grotere fans van Tim Gunn. Hij begeleidt de ontwerpers en helpt ze op weg als ze er niet uitkomen. Hij heeft een paar super stopzinnetjes. Je zou van hem een beste ouderwetse soundboard kunnen maken. “Carry on, designers!” Je zou een dertien in een dozijn modenicht verwachten, maar Tim Gunn lijkt op een accountant met gevoel voor mode. Strak in het pak en gedistingeerd.

Maar goed. De nederlandse versie van dit programma is een echt polder-afgietsel van het origineel. Het klopt allemaal net niet. De ontwerpers werken in een Almeers kantoorpand. Kom op, zeg! Doe eens wat beter je best als productie-assistente. En de Nederlandse Tim Gunn kan er ook nog eens niks van. Hij heeft een geweldige staat van dienst, maar ik zou hem niet mijn belastingpapieren laten doen. Michiel Keuper is net Moby met de oude bril van Bill Gates. En met zulke windows kun je onmogelijk mode beoordelen. Ook al heb je de Prix de la ville d’Hyères én de Prix Spécial de la Chambre de la Couture gewonnen. Dat zegt mij mooi niets!

De voorzitter van de jury slaat echt alles. Daryl van Wouw zet een traditie voort die Henkjan Smits in de allereerste Idols is begonnen. U kent de traditie toch wel, dat juryvoorzitters iets op het haar moeten hebben? Henkjan hield zijn haar op zijn plek met een zonnebril. Daryl warmt zijn linker en rechter hersenhelft met oorwarmers. Ze lijken op een koptelefoon, maar iemand die verstand van mode heeft, gaat daar volgens mij niet mee lopen.

Toch?