Marit wilde graag naar het kinderspeelparadijs bij ons in de buurt. Ze was er eerder geweest op kinderfeestjes. Wijfelend stemden wij ermee in.

Voorop het gebouw adverteerden ze zichzelf als de grootste ballentent van een geografisch gebied dat ik vergeten ben. Goede woordspeling, maar ik ken de eigenaar, dus vind ik hem een stuk minder grappig. Een beetje kleinzielig, ik weet het.

We dachten dat de meiden even lekker gezond konden ravotten. Maar binnen werden we opgewacht door een halve McDonalds. Dat hoort erbij, ik weet het. Maar ik kreeg er een enorm tokkiegevoel bij. Ik was op slag sachereinig. Ik wilde weg.

Maar Marit lachte breeduit. Dus we bleven. Dat kun je een kind niet aan doen. We liepen door en kwamen bij een grote kooi. Met honderden gekleurde ballen. Tientallen kinderen renden er rond. Ik begon onrustig te worden.

We vonden een zitje. Nu moest het gebeuren. Ik begrijp altijd dat het de bedoeling is dat je als ouders zit en dat je kinderen spelen. Daar hadden we ons op ingesteld. De iPhone was opgeladen en er zaten tijdschriften in de tas. Maar er gebeurde niets. Marit en Elke bleven bij ons staan. Alsof wij ze moesten vermaken. Voor 18 euro. Ik duwde ze voorzichtig richting hok. Toe maar.

In mijn hoofd werd het steeds onrustiger. Een jongen met een enorme snotneus veegde zijn verkoudheid af aan een net. Een veel te brutaal meisje commandeerde 2 andere meisjes zoekgeraakte ballenbakballen terug te gooien. Een half dozijn kinderopvangkinderen vloog langs me heen. Een beteuterd jongetje zat aan zijn billen en riep tegen zijn moeder dat hij moest poepen. Ik trok mij terug in mijn telefoon.

Langzaam kwam ik tot bedaren. Ik zag blosjes op de meisjes en dat maakte me blij. Zelfs het te jongnorse personeel dat me hielp aan te zoute patat. Ik bedenk me dat sterke drank hier goed zou lopen.