Press "Enter" to skip to content

The light that burned so brightly

Sam zette het op een rennen dertig meter voordat hij weer vast moest. Een haas spurtte voor hem uit. Op het fietspad hobbelde een pizzakoerier over het beestje heen. Er was geen redden aan.

We stonden stil rond het prachtige dier. Beide schuldig. Mijn hond had het haasje opgejaagd en zijn brommer had het overreden. Ik beloofde ‘het’ te regelen met de vastberadenheid van een wiseguy.

De dierenambulance kon het pas laat ophalen. Gewonde dieren gaan voor. Er was een andere mogelijkheid. Of ik het op een plek wilde leggen waar andere dieren er wat aan hadden. Aan het einde van de winter is er weinig eten. Zeker na een week vorst. Het haasje was waarschijnlijk zelf ook op zoek naar iets lekkers geweest.

Ik bracht Sam naar huis en pakte een doosje. In een weiland voorbij het uitlaatgebied gleed het haasje op zijn laatste rustplaats. In de verte zong Art Garfunkel ‘Birght Eyes’. Een plukje vacht hemelde.

Be First to Comment

Geef een reactie