Ik was twaalf en de wereldkampioenschappen voetbal in Italië stonden voor de deur. Het was sowieso een gedenkwaardige zomer, want ik ging eind augustus naar de brugklas en mijn broer kocht van het geld dat hij had opgehaald met het behalen van zijn vwo-diploma een Adidas-joggingpak dat tot een paar jaar terug nog voor de helft als pyama diende. En wij, de kinderen uit de buurt, brachten onze tijd door op het veldje bij de speeltuin. We voetbalden.

We waren opgewonden. Nederland was twee jaar eerder Europees kanmpioen geworden en we verwachtten heel wat van Oranje. Om de beurt mochten we Van Basten of Gullit zijn en als we aan het uithijgen waren dan beschouwden we de wedstrijd na. Later heeft de NOS het gebruik van analytici van ons gejat. Wij kwamen dan steevast tot de conclusie dat het team waarin Van Basten en Gullit zaten, altijd won, of in ieder geval beter speelde. Een voorteken dat wij eind juni met de wereldcup in Rome zouden staan.

Een vader van een vriendje had via zijn werk het complete speelschema van het WK weten te bemachtigen. Op een A3 met voetbalveld als achtergrond stonden alle landen, alle poules, alle wedstrijden en alle finales. Onderaan en aan de zijkant stonden de logo’s van een paar grote bedrijven. Die avond werd er niet gevoetbald. Tot na zonsondergang stonden wij het magische papier te bestuderen. In de nabeschouwing stonden wij allemaal voor het raadsel hoe je in hemelsnaam aan zo’n plakaat komt. Van opwinding prikten twee vriendjes zich voor het naar bed gaan aan de punaises die de poster op z’n plek moesten houden.

Zestien jaar later sta ik te wachten op de magazijnchef van de bezorgdienst die mijn laptop wilde afleveren terwijl ik niet thuis was. “Ik heb er genoeg. Als je een wilt meenemen, pak maar, hoor.” Geïnteresseerd had ik naar het speelschema voor het WK 2006 staan kijken die uitnodigend klaar lag om gewillig aftrek te vinden. Gedeformeerd keek ik naar onjuist afgebroken zinnen, zetfouten en foute vlaggetjes, maar ik kon er geen vinden. Ik stond net te lang te kijken, om niet op te vallen. Het was de tweede van de dertien speelschema’s die ik in de afgelopen weken heb gezien. Ik bedacht me somber dat de vader van het voetbalvriendje zijn hele kantoor ook kon behangen met speelschema’s en voor ons een paar exemplaren van de oud-papierboer heeft gered.

Gelukkig, zit de twaalfjarige voetbalanalist nog wel in mij. We gaan gewoon wereldkampioen worden. De laatste keer dat wij een belangrijk toernooi in Duitsland mét Marco van Basten hebben gespeeld, wonnen we ook. En die keer daarvoor kwamen we in de finale.

Het is donker. Ik moet naar binnen van m’n moeder.