Jaar naar jaar wint Harry Mulisch de Nobelprijs voor de literatuur niet. Er gaan geruchten dat zijn uitgeverij hem angstvallig in leven houdt. Ze denken dat als hij maar lang genoeg leeft,  hij hem vanzelf wint. Het gaat een keer opvallen dat Harry Mulisch zijn 142e verjaardag viert.

Deze week gebeurde er nog iets belangrijks. Ik heb het geheim van het schrijven ontdekt. Ik maak daardoor serieus kans op de Nobelprijs. Harry, het spijt mij.

Daarvoor moet ik natuurlijk wel publiceren. Dat doe ik hier. Dat doe ik nu. Dat doe ik in de volgende alinea.

Schrijven is als snertkoken. Je doet water in een pan. Je flikkert er erwten in. Gooit er van alle soorten vlees bij. En je laat een mergpijp trekken. Je doet vuur onder de pan en laat het gaar worden. Je hebt dan erwtensoep. Nog geen snert. Om snert te krijgen moet je het een dag laten staan. Alle smaken trekken dan in de soep. De erwtensmurrie wordt erwtendrek en dat is lekker. De eetlepel moet er in kunnen staan. En je moet na 5 happen geen pap meer kunnen zeggen. Dan blijft er genoeg over voor een derde dag. De dag dat je uit elkaar spat van jaloezie en ergernis omdat je weer niet de Nobelprijs voor de literatuur hebt gewonnen.

Net als Harry.