“Rakker, kom HIER.” In de speeltuin met het gezonken piratenschip staat een vrouw naar haar hond te roepen. Rakker heeft besloten dat vandaag niet de dag is om zijn baasje de vruchten te laten plukken van de gehoorzaamheidstraining.

Hij is gaan poepen op het grasveldje. Vlak langs het paadje dat is kaalgereden door leerlingen die sneller op school wilden zijn. Juist de plek waar honden expliciet niet mogen poepen van de gemeente.

“Rakker, ben je doof of zo?”

Verzuchting en wanhoop klinken in haar stem. Ik vraag me af wat voor een reactie ze daarop verwacht. Als Rakker doof is, dan hoort hij het immers niet. En als hij niet doof is, zeg hij dan “Nee”? Of leuker: “Ja”?

Rakker heeft de zondagse blikken Pal uitgekakt en loop rustig richting zijn baasje. Zuchtend komt de vrouw in beweging en schept de verse poepproductie op. Ik zou zweren dat ze dat met Rakkers zindelijkheidsdiploma deed.