Oranje plastic

Een paar honderd meter van mijn werk staat een paarsbruine loods. Ik kan er vanachter mijn bureau bovenop kijken. Er ligt al maanden een stuk oranje plastic op het dak. Ik vind het plastic irritant.

Want elke keer als ik in de richting van de loods kijk zie ik het liggen. En het ligt eigenlijk net te ver weg om goed te kunnen zien. Ik verbeeld me dat het plastic beweegt door de wind. Ook op windstille dagen.

Als ik naar de loods zit te dromen kijk ik langs een collega. Ze kijkt mij soms wel eens aan omdat het lijkt dat ik haar aanstaar. Ik staar altijd stug door richting plastic. Bjorn is helemaal zen en bedenkt iets briljants. Dat wil ik uitstralen.

Ik kan 2 dingen doen. Of ik loop naar de loods toe om het plastic weg te halen. Of ik doe de luxaflex naar beneden. Het plastic heeft vast een functie. Het mag vast niet weg. En dichte luxaflex maakt het wel erg donker. Ik kan natuurlijk morgenochtend een andere flexplek zoeken. Maar dan moet ik alle spullen verhuizen. Bovendien vergeet ik het morgenochtend vast.

Ik hoop op mist. Hele dikke mist. Mist zodat het lijkt alsof we in een pak melk zitten.

6 Comments

Add yours →

  1. Dat van die briljante ideeën, hou dat vast 😉 En dat van dat pak melk herinner ik me nog van m’n stage bij het Ministerie van Landbouw (toen nog zonder Natuurbeheer en Visserij) op de Kempkensberg (13e = hoogste) etage.

  2. Goezo Bjorn. Je bedenkt toch ook iets briljants? Dit logje bijvoorbeeld weer. Heb je onlangs een cursus gevolgd om het nog beter te krijgen dan het al was?

  3. Nee, ik ben gestopt met telemarketing 🙂

  4. Ah. Geen eigenwijze Groninger dus. En wat doe je nu?

  5. Verder hetzelfde, maar even geen telemarketing. Ik hoop nog op een plaatsje in de hemel 🙂

  6. Iedereen die tot inkeer komt, komt in de hemel.

Geef een reactie