Op een houtje bijten

Donderdagmiddag begon bij ons altijd het weekend. Vroeger in Havo4 of 5. Middenin het blokuur Engelse literatuur.

Als je bij de oudste leerlingen van de school hoort, dan krijg je bepaalde privileges. De strenge en norse leraar Duits ontpopte zich tot een cabaretier omdat 2 jaar strikt lesgeven zijn vruchten begon af te werpen. En bij andere leraren kregen we in blokuren een minuut of 10 pauze. Met een paar andere leerlingen bracht ik die pauze koffiedrinkend door. Ik denk dat daar de kiem ligt voor mijn behoefte (lees: verlaving) aan koffie (niet cafeïne, overigens).

Ik dronk toen nog kinderkoffie (met suiker en melk). In de kantine hadden ze geen lepeltjes, maar staafjes om mee te roeren. Ik denk dat bij de school een keer een vrachtwagen met stokjes voor dubbellikkers is omgevallen. Want met dat gereedschap moest ik mijn suiker en melk met de koffie roeren.

Terug in de klas kauwden we na op de roerstaafjes. Wippend op de stoelen achterin de klas. Vragend waar we waren als we de beurt kregen om te lezen.  Halverwege het 2e uur schuurde het kapotte roerstaafje tussen je kiezen. Onbeschrijflijk vies, maar het gebeurde iedere keer weer. Ach, ik had ook kunnen gaan roken.

Laatst zag ik weer van zulke staafjes. Van Douwe Egberts. Ze waren gestijld naar de moderne tijd. Iets korter en vooral veel dunner. Ik roerde met eentje in mijn zwarte koffie en ik stak hem in mijn mond. Goor. En er was ook geen stoel om relaxed, achteloos en ‘stoer’ op te wippen.

Steeds als ik ze zie liggen moet ik de neiging onderdrukken eentje in mijn mond te stoppen.

2 Comments

Add yours →

  1. Ik stop ‘m ook na elke koffie ins maul. En vaak gaat ’t goed maar soms krijg ik er me daar toch een stukkie tong tussen!

  2. Echte mannen drinken hun koffie zwart.
    Zooi erin gooien, het zal wel weer iets voor marketeers zijn, die snap wel vaker niet.

Geef een reactie