Onze kat is homo. Daar kan hij niets aan doen. We hebben daar geen problemen mee. We zijn er zelfs schuldig aan.

Je moet je kater natuurlijk geen Rosso noemen. Daar ga je als baasjes natuurlijk al gierend de bocht uit. Maar voor de rest hebben we onze best wel gedaan. Ik heb uren, dagen, maanden met hem gevoetbald. Zijn bijnaam is Grote Stoere Tijger. En als hij vredig op de kussen naast mij slaapt, dan dek ik hem altijd toe met een hyenavelletje. Zo krijgt hij het survivalgevoel van de savanne.

Dat werkt allemaal niet. Gek genoeg. Als je hem op zijn buik aait, dan rolt hij als de eerste de beste hoer op zijn rug. Kom je thuis dan wrijft hij spinnend ย met zijn rug tegen een muur en ligt zijn kopje schuin op de vloer. En zo nu en dan dan kat hij zijn oudere zusje enorm af. “Je word dik!” en “Knip je vacht toch wat bij. Met deze coupe heb je een dikke kont!”.

Ik ben dus officieel de enige man in huis. Help me.