De laatste dagen van het jaar geef ik mij graag over aan alles dat de feestmaand aan lekkers te bieden heeft. Normaal bestaat mijn dagelijkse dieet voor een belangrijk deel uit volkorenbrood en fruit. Maar de eerste meergranenoliebol moet ik nog tegenkomen. En een appelflap is vaak meer flap dan fruit. Dat slaat uiteindelijk op mijn darmen.

De eerste dag van het jaar heb ik daarom op het toilet doorgebracht. Ik las ergens dat blauw de modekleur van dit voorjaar wordt. Mijn collectie bruine sweaters raak ik waarschijnlijk aan de straatstenen niet kwijt.¬†De uitdrukking “een bruine trui breien” kreeg nieuwe betekenis.

Rest mij niets meer dan het doorspoelen. Erg makkelijk gaat dat niet. De pot vult zich met water. Maar net dat ik denk dat het waterpeil gaat zakken, stijgt het tot net onder de rand. Een flard toilet papier drijft omhoog. Een stukje poep ernaast. Ik zucht en pak de borstel.

Met twee roerbewegingen maak ik ruimte voor het water. Ten minste dat probeer ik. De borstel is eigenlijk net te kort. Waardoor ik het puntje van de steel tussen duim en wijsvinger vasthoudt. Zo klungel ik de smurrie van poep en closetpapier aan de kant. En warempel: het water zakt.

Maar al snel zit stopt het weer. Na mijn tweede poging is het nog niet in orde. Bij de bodem van de pot in zicht. Ik zucht weer. De borstel is te vies om terug te zetten, dus ik trek nog een keer door. De borstel is mooi schoon, maar het water loopt niet weg. Zelfs de Super Mario Bros. hadden zulke problemen niet. Ik dans de Mario en rag nog een laatste keer met de borstel in de pot.

Het laatste waterkolkje maakt de borstel ook weer schoon genoeg.