(geschreven op vakantie in Zweden)

Een wachtende man bij een winkel vind ik vaak een triest gezicht. In de cabrio naast ons zit een man. En ik vind hem erg zielig.

Hij is grijzend en zijn zonnebril past niet meer bij zijn leeftijd. Zijn compensatiecabrio wel. Een paarse BMW Z3. Jammer van die kleur. En van het model. James Bond reed 15 jaar geleden voor het laatst in zo’n auto.  In de zijne zaten bovendien raketten. En hij was alles behalve paars.

Hij wacht op een blonde vrouw. Te oud om zijn dochter te zijn. Te jong voor een jeugdliefde. Maar ook te oud om het lekkere jonge ding te zijn waar hij de moeder van zijn kinderen voor inruilde. Ook te oud voor zo’n rokje. Hij kleurt wel goed bij de auto.

Ze discussiëren over de inhoud van de plastic tas. Het kan niet gaan over de dure kleren die ze op zijn creditcard heeft gekocht. We staan voor een supermarkt.

Je ziet hem denken. Tijd voor een nieuw model.