We zitten in de ochtendflow. Eten, tassen en jassen. Dat is waar het ’s morgens om gaat. En vergeet het eten van de katten niet.

“Woef, woef” hoor ik achter de deur. Elke komt op handen en voeten de kamer in. Ze heeft haar handen in haar regenlaarsjes gedaan. De groene met het bijtje links. De roze met de roosjes rechts.

“Kom maar hier, hondje!” ik til haar op haar voeten om haar jasje aan te doen. Ik zet haar laarsjes op het schoenenrek in de hal. Marit kijkt door de brievenbus naar buiten.

Elke klimt zelf in de auto. “Marits stoel” roept ze tegen haar nieuwe zitje. Marit zit op haar – echt nieuwe – stoelverhoger. Nu nog de CD van “Floddertje” aan en we kunnen.

De dag is begonnen.