Ik werk weer op de 11e verdieping. Da’s mooi! Want bovenin het gebouw is het goed mijmerend naar buiten staren. Natuurlijk los ik heel efficiënt ondertussen de meest ingewikkelde dingen op. En tóch, heeft werken in het penthouse nadelen.

Het is een fantastische werkplek. Alleen duurt het soms tijden voordat je boven bent. ’s Morgens stappen collega’s bij bosjes uit de lift op zo veel mogelijk verschillende verdiepingen. Dat doen ze niet om mij te plagen, maar het gebeurt toch! En aan het eind van de dag gebeurt het weer. Alleen stappen ze weer in.

Het ergste zijn de mensen die nog nét jouw lift meepikken. Een lift die al bommetje vol zit. Een lift waar jij al 3 minuten geleden in bent gestapt. Een lift met de luchtvochtigheid van een tropisch regenwoud omdat je collega’s – ook als het regent! – de fiets nemen. Je hoort ze al van ver aan komen rennen. De laatste 2 passen zijn flinke stampen omdat ze moeten afremmen. En voordat de lift helemaal is gesloten, steken ze hun arm er nog net doorheen.

Ik hoop dan altijd even dat de deur wel dichtgaat en de arm eraf wordt gehakt nog voordat we op de eerste verdieping zitten. Dat hoop ik natuurlijk niet echt. Ik moet er niet aan denken dat in mijn volle vochtige lift ook nog een afgerukt ledemaat ligt.

Dat zou pas écht een slecht  begin van de dag zijn.