“Een droom zonder plan is slechts een wens”. Deze uitspraak wordt vaak toegeschreven aan Antoine de Saint-Exupéry. Je weet wel, die van Le Petitte Prince. Ik dacht dat hij uit het boek zelf komt. Niets blijkt minder waar te zijn. Antoine stierf 34 jaar voor mijn geboorte, dus ik heb het hem niet kunnen vragen.

Toen ik deze uitspraak voor het eerst las voelde dat als een aansporing om plannen te maken bij mijn dromen. Dus dat deed ik. En bij plannen maken dan doe ik niet aan half werk. En dat gaf mij een goed gevoel. Er was alleen één probleem: ik droom nogal veel, dus had ik binnen een hele stapel plannen.

Bovendien ontdekte ik na Alleen ontdekte ik na een tijdje dat ik ook nog eens vooral mijn ambitie aan het opkrikken was. Dus mijn dromen werden als maar groter en groter. En dat is niet handig als je juist je dromen wilt laten uitkomen.

Maar nu kijk ik anders naar deze uitspraak. Laatst maakte ik een opsomming van alle vermaakapparaten in ons huis. Dat leverde een indrukwekkend lijstje op. Eerder zou ik mij daar gepast calvinistisch schuldig over hebben gevoeld. Dat deed ik nu niet. Ik overzag het en realiseerde me het grote geluk dat we deze luxe hebben. En dat die bovenop de andere dingen kwam waar ik dankbaar voor ben.

Daarom maak ik minder plannen. Zo hou ik nog wat te wensen over. Dus dat “slechts” vind ik schromelijk overdreven. Daarom heb ik deze uitspraak een kleine make-over gegeven. En je mag me er op citeren.