“Bellen jullie ook tijdens het 8 uur journaal?”

Tegenover mij zit een man van een jaar of 50. Hij stopt verse patatten in zijn pafferige gezicht. Ik wacht op mijn bestelling en we zijn aan de praat geraakt.

We hebben het over mijn werk. Ik heb gezegd dat ik “marketeer” ben, en dat had ik beter niet kunnen doen. Tegen mensen geboren voor 1960 zeg ik altijd dat ik “aan marketing doe” of, als ik indruk wil maken, dat ik “in de reclame zit”. Zijn generatie denkt dat ik mensen bel om ze electriciteit of abonnementen aan te smeren. Op mijn werk doe ik veel meer met een computer, maar dat terzijde. Ik doe dus niks met telemarketing.

“Nee, wij bellen tijdens Goede Tijden, Slechte Tijden. Dat scoort beter.”

Een patatje glibbert tussen zijn neus en kin naarbinnen.  Hij fronst. “Daar kijk ik niet naar” kouwt hij mij toe.

“Dan heeft u geluk!” roep ik opgetogen. Ik pak mijn bestelling. Ik zwaai en loop de deur uit.