Mijn darmen hebben een credo. “Als het voor jou weekend is, dan is het voor ons óók weekend.” Dat betekent dat ze vanaf vrijdagmiddag 5 uur geen drol meer uitvoeren.

Het hele weekend is dat geen probleem. Er is in mijn darmen blijkbaar genoeg ruimte voor 3 dagen eten. Dus, ik kan eten wat ik wil.

Maandag beginnen de problemen. Zodra de kinderen op school zijn, beginnen mijn darmen weer met werken. Ik denk dat ze dan de eerste ronde koffie hebben gehad of zo. Ik wil daar dan net aan beginnen. Dus als de Senseo water opwarmt, heb ik mijn eigen eerste ronde.

Ik hou van een lange, stevige keutel. Zo’n drol die een mooie *kloenk!* geeft als hij de pot raakt. “Fat chance” op maandagochtend. Dan baggert het er een beetje halfslachtig uit. En het houdt dan het midden tussen chocolademousse en bruinbrood met chocoladepasta dat door de blender is gegaan. Het is veel, maar het is niet fijn.

Na het eerste bakje troost volgt de tweede ronde. En na de eerste 5 tweets komt ronde 3. Ik zit intussen in een redelijk beklagenswaardige positie. Daar hoor je mij niet over. Maar mijn darmen, echter, klagen dat ze zo hard moeten werken. En dan moet er wel een luchtverfrissertje aan te pas komen en moet er wel een raampje open. Aan beide kanten van het huis.

Dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag is het weer gewoon op tijd. 13 minuten over 10. Soms 14 als iemand me aan de praat houdt. 15 als er een bekende in het hokje naast naast mij zit.

Ik vertel mijn darmen mooi niet dat ik op maandag altijd roostervrij ben.