Bjorn versus de clafoutis

Ik vond het al geen goed idee. En nu stond ik ook nog eens bij de kassa om de clafoutis af te rekenen. Of liever, om legaal proletarisch te mogen winkelen.

Hoe zat het ook alweer? Een week eerder stond er op de site van HEMA opeens een gratis taart. Twitter stroomde vol met berichten over de gratis clafoutistaart en Eleanor bestelde er ook één. Het was waarschijnlijk een marketingstunt. Maar ik wist het niet zeker.

Hoe het ook zij: ik loop op mijn vrije zaterdagochtend in een drukke HEMA om gratis een taart met een moeilijke naam te scoren. Het door Eleanor geprinte koopbewijs brandt in mijn jaszak. Ik ben een beetje beschaamd. Deze taart hadden wij anders ook niet gekocht. Het stemmetje in mijn hoofd vindt het gewoon stelen. Legaal stelen.

Bij de taartafdeling moet je een nummertje trekken. Nóg een reden om chagrijnig te worden. Mijn ervaring met nummertjes trekken is dat dat nooit goed gaat. Ik heb het nog niet gedacht of de zaterdaghulp drukt een keer te veel op het knopje. Op het bord staat A088 en klant A087 wordt geholpen. Ik heb bonnetje A089. Ik krijg het warm. Klant A088 loopt zenuwachtig naar de toonbank. Ik doe ook een paar stappen naar voren.

Ik haat deze situatie. Voor mezelf opkomen kan ik prima. Maar nu moet ik voor mijzelf opkomen omdat ik mijzelf een clafoutis wil toegeëigenen zonder te betalen en tegelijkertijd moet ik “voorkruipen” omdat ik anders niet aan de beurt kom. Ik krijg het nog warmer. Ik zucht.

Een oudere man met hoedje heeft afgerekend en neemt zijn gebak in ontvangst. In slowmotion beweegt de hand van de HEMA-mevrouw naar de knop van de teller. Als haar vinger de knop raakt, verschiet het nummer. A089 komt op het bord. Ik maak een armbeweging naar klant A088. Alsof ik de alwetende aanwijzer van deze rij wachtende klanten.

Ik ga nog dichter bij de toonbank staan. Niemand komt tussen mij en mijn clafoutis. Welke idioot bedenkt een taart en noemt hem clafoutis? Het doet met denken aan een veeziekte. Of misschien wel een seksueel overdraagbare aandoening. Hoe gaat het met je clafoutis? Prima, gewoon even mijn kuurtje afmaken en dan kan ik er weer tegenaan!

Weer een klant rekent af. Als een roofdier sta ik klaar om aan te vallen. De afgerekende taart wordt overgedragen. De zaterdaghulp wijst nog niet met haar vinger naar het knopje of ik val aan. Ik zeg: “Ik ben nummer 89. Het bord loopt 1 voor”. Ik heb nog nooit zo snel 9 woorden uitgesproken. Ik hou het nummertje met gestrekte arm voor het gezicht van de zaterdaghulp.

Als dit een spaghettiwestern was dan zag je nu wisselend close-ups van mijn gezicht en dat van de zaterdaghulp. En je hoorde: Tik. Tik.

Ze draagt de clafoutis aan me over. Ik loop gedecideerd bij de kassa weg. Als of ik net een bank heb beroofd door de caissière een briefje te geven met de tekst: “Dit is een overval. Ik wil 1 clafoutis”.

Nu maar hopen dat hij een beetje smaakt.

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *