Ik betrap mij er steeds vaker op: het aanspreken van een dochter in meervoud. En het moet stoppen.

Want, zeg nou zelf, je klinkt als een politieagent uit een slechte detective uit de 50’s: “Wat zijn wij daar aan het doen, mevrouwtje.” Naar mijn weten is er maar één situatie waarin dienders een individu in meervoud mogen aanspreken. Namelijk als ze zelf ook te hard moeten rijden om je staande te houden.

Zoals Marit hier aan – herstel: op – tafel zit (en “op” de laptop zitten, opnieuw uitvindt), kwalificeert eigenlijk voor de foute-agentmethode. “Waarom zitten wij op tafel?”, maar ik doe het niet. Ik weet dat de dag komt dat ik repliek krijg, waarmee ik voor de volgende 23 dagen schaakmat sta. Dat ze iets zegt als: “Ah, dus ik ben de koningin. Wij, Marit van Oranje Nassau, Koningin der Nederlanden verordonneren dat u ons met rust laat.”

Ik vraag me af waarom het nog niet gebeurd is.