Ik pretendeer niet een goede vader te zijn. Hoogstens een leuke. Ik sla nog weleens de plank mis. Er zijn een paar dingen die ik belangrijk vind en daar probeer ik consistent in te zijn. En dat is al moeilijk genoeg.

Een paar weken geleden wilde Marit opeens niet naar school. Ik was in een makkelijke bui. Dat ben ik eigenlijk nooit als het om school gaat. Maar ze mocht thuisblijven voordat ik door had wat ik gezegd had. Gelukkig was Eleanor thuis en mag ze nog thuisblijven omdat ze 4 is.

Na een tekening gingen we een puzzel maken. We raakten langzaam aan de praat. Over het puzzeltje en -later- waarom ze niet naar school wilde. Stukje bij beetje kwam het er uit. Ze was op school gevallen omdat ze was geduwd door een jongetje.

Ik vertelde dat dat niet erg is. En dat het heel goed was dat ze het verteld had. De volgende keer zou ze het tegen juf of tegen ons vertellen. Ze maakte met grote ogen een paar grote knikken. We knuffelden even flink.

’s Middags huppelde ze naast me naar school. Ik had haar ’s morgens gewoon naar school kunnen sturen. Dat was me vast gelukt. Maar dan hadden we dit niet geweten. En dan had juf er niet extra op kunnen letten.

Bij dat puzzeltje hadden Marit en ik een mooi moment. Marit weet dat ze bij ons kan komen met zulke problemen. En ik had Marit -zonder morren- ’s middags weer op school.