Lachen met tuiten

Marit wil niet eten. Ze pielt wat met haar lasagne en kreunt moeilijk.

“Marit, ik wil dat je nú gaat eten” zeg ik boos.

“Heù” steunt Marit sip.

Ik dirigeer Marit naar de gang en steek van wal waarom ze daar moet staan. Met dank aan de Supernanny. Niet dat dat helpt, want Marits gesteun verandert in gegrinnik. Ik voel mijn geloofwaardigheid door de vingers glippen. Ik zet nog een tandje bij: “Dus dáárom – Marit kijk mij aan! – moet je op de gang. Ik haal je straks weer op.”

Weer aan tafel horen we speelgeluiden achter de deur. Eleanor en ik moeten stiekem een beetje lachen. We proberen het verborgen te houden voor Elke. Als ons gezicht weer in de plooi zit, begint Elke.

“Marit, je moet huilen!”

Ik haal het toetje maar uit de keuken.

3 Comments

Add yours →

  1. Wat dat betreft zijn het ratten, die kinderen. Hans houdt mijn gezicht altijd strak in de gaten en als hij een ingehouden lach bespeurt, ben ik kansloos.

  2. Jezelf knijpen helpt!

  3. Hahaha 🙂 Vooral de tip om te gaan huilen. Geweldig 😀

Geef een reactie