Ik ben een diepe slaper. Als je mij wakker wilt maken, dan moet je van goede huize komen. Het duurt ’s morgens altijd even voordat ik echt wakker ben. Zo gaat dat in zijn werk.

Ik word wakker van Marit en Elke die in bed komen liggen. Ik draai mij nog eens om. Ik krijg achtergrondgeluid van de televisie mee. Ik doe mijn ogen nog eens extra dicht. Ik droom nog een beetje. En ik draai me nog eens om.

Opeens lijk ik wakker. Ik ga rechtop zitten en staar richting tv. En ik dommel weer half in slaap. Dan krijg ik weer een prikkel en stap ik uit bed. Naar de badkamer. Ik staar een paar minuten in de spiegel. Ik speel wie het eerst met de ogen knippert met mijn spiegelbeeld. Ik hou mijn ogen dicht.

Scheren. Douchen. Deo. En ik ben wakker. Vanaf dit moment gaat alles sneller. Ik kleed een kind aan. Ik smeer broodjes. Maak thee en schenk drinken in. Moedig de meiden aan te eten en te drinken. En dan, hup,ย naar school.

Op mijn werk hou ik mij pasje bij de deur naar onze verdieping. Ik word pas echt wakker van het piepje van de kaartlezer.

Het zou mij niets verbazen als ik een keer in dat hypnoseprogramma van Jan Smit terechtkom.