Ik zat gisteren niet lekker in mijn vel. De avond ervoor had ik overgegeven. Dat was wel een opluchting, maar geen oplossing. Gelukkig had Eleanor opbeurende woorden.

We liepen in de supermarkt. Nou, ik sjokte vooral achter het wagentje. We zouden na de boodschappen thee drinken bij mijn schoonmoeder.

Ik trok het niet meer. Misschien kwam dat omdat ik het boodschappenwagentje duwde. Ik wilde op de bank liggen met een dekentje. Ik stelde voor om de boodschappen naar huis te brengen. En dat Eleanor met de kinderen naar oma zou lopen.

Eleanor keek me bezorgd aan. Ze knikte en aaide over mijn rug. Op dramatische toon zei ze: “Je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent.” Met een wijs knikje zette ze haar woorden kracht bij. “Maar natuurlijk niet als dat een karaktertrek van je is.”

Eleanor had de meest hatelijke obligate Big Brother-wijsheid aan gort getrapt. Ik lachte en was trots.