Er was een eitje over. We hadden spinazie gegeten en ik had 2 van de 3 eieren gebruikt. Marit en Elke werden er broeds van.

“Oh! Mijn eitje! Mijn eitje!” Marit heeft het eitje gevonden en loopt ermee door de kamer. Ze houdt het omhoog alsof ze voorop een processie loopt. De jaarlijkse rondgang voor het nageslacht van de Zwarte Kip. Elke loopt er achteraan. “Oe, eitje, eitje!”

Marit dekt het eitje toe met een handdoek uit de keuken. Het eitje moet gaan slapen. “Welterusten, eitje.” Elke zwaait. “En goed uitslapen.” vermanen moeders hen hun ongeboren kuikentjes.

Even later kom ik terug van boven. “Pappa, het eitje is stuk.” Marit heeft gelijk alles er afgepeld. Ze houdt het me voor als een offer.  “Er zit geen kuikentje in.” Ik raak een beetje in paniek.

Als we dit niet goed aanpakken dan hebben we nog voor de kerst 2 extra vegetariërs in huis. En Eleanor is vroeger door een liedje van Kinderen Voor Kinderen gestopt met het eten van vlees. Dus 1 verkeerd woord over een kuikentje en ik eet in mijn eentje 3 gourmetschalen.

We hebben het gered. Eleanor bedacht (zich?) dat er in sommige eitjes geen kuiken zit en dat het daarom niet zielig is. Maar of het waar is?