Echt de baas

Vorige week namen we afscheid van een collega. Niet zomaar een collega. Hij was “de baas”. Ik zet daar aanhalingstekens omheen.

Niet omdat hij geen overwicht had of ik de gewichtigheid van de functie van manager niet erken, maar omdat ik dat woord normaal gesproken met aanhalingstekens uitspreek. En daar moet je consistent in blijven, vind ik.

Eleanor had aan de meiden uitgelegd dat ik wat later thuiskwam. En dat vonden ze maar wat interessant. Ik kwam thuis en gelijk vroegen ze hoopvol of ik nu misschien de baas werd (je ziet het, m’n dochters spreken het zonder aanhalingstekens uit). Alsof ze doorhebben dat je dan meer verdient en dan meer spulletjes voor je kinderen kunt kopen.

Ik moest ze teleurstellen. Ik wil helemaal geen manager worden. En omdat ik dacht dat ze dachten dat ik dat leuk vond, stelde ik een alternatief voor. “Nou, dan word ik hier toch gewoon de baas.” Zonder aanhalingstekens.

Marit dacht daar even over na. “Da’s goed. Maar dan blijft mamma écht de baas. OK?”

2 Comments

Add yours →

  1. Die weten al snel hoe het werkt!

  2. Hans bestempelt mij als de baas in huis. Dat is wel mooi, want dat ben ik helemaal niet.

Geef een reactie