Op donderdag gaan Marit en Elke naar turnen. Ze hebben na elkaar les. Het is wat gevlieg tussen de bedrijven door. Eigenlijk vind ik het een beetje te druk, maar we redden het altijd prima.

Marit en Elke vinden het nog steeds fijn om met ons hand in hand te lopen. Ik ben daar erg blij om. Er komt immers een moment dat ze letterlijk en figuurlijk moet loslaten. Blijkbaar zitten ze nog niet in die fase. Ik geniet er nog even van.

Laatst ontdekte ik dat het ook heel fijn is om met mijn arm om ze heen te lopen. Het kan nu ook want ze zijn groot genoeg dat ik niet hoef te bukken. Dat geeft me – eerlijk gezegd – een nog beter gevoel. Je beschermt ze en toch kunnen ze zo hun eigen gang gaan als ze dat willen. Ze hoeven ze zich immers niet los te worstelen uit de greep van je hand. Een stukje loslaten naar je kinderen toe, zeg maar.

Zo liepen Marit en ik dus naar turnen. Het maakt me rustig en het gevlieg rond de donderdagactiviteiten laat ik even los als ze haar hoofd tegen mijn zij legt.

“Pappa?”
“Ja, lieverd”
“Ik ben heel blij dat jij mijn pappa bent”

Ik trek haar lekker dicht tegen mee aan en zeg dat ik ook heel blij ben dat ze mijn dochter is. “Goed onthouden”, denk ik bij mezelf. De kans is groot dat ze bij het echte loslaten en losbreken minder blij met me is. Gelukkig kan ik altijd een arm om haar heen doen.