In de woonkamer van mijn opa en oma hing altijd een hele grote foto mij en mijn broer. Ik was nog een baby en ik zat bij hem op schoot. Zoals alle foto’s uit de jaren 70 is hij in de loop der jaren helemaal vergeeld. In het ziekenhuis heb ik rozere kindjes onder lampen tegen geelzucht zien liggen.

Toen ik een jaar of negentien was, waren mijn ouders op vakantie. Om een beetje op mijn opa te letten, at ik ’s avonds bij hem. Avondeten bij mij opa kende veel gangen. Koffie met een koekje als aperitief, groente met vlees, aardappels en jus als hoofdgerecht, een toetje toetje na, daarna koffie met weer een koekje, nog twee koffies zonder koekje (ik kon mijn opa overtuigen dat ik wel erg vol was) en vlak voordat ik naar huis ging nog één kopje koffie met toch maar weer een koekje. Ik kan je één ding vertellen: het is moeilijk fietsen met copieus volle buik, maar ik heb het iedere keer voorelkaar gekregen om zonder plasbroek thuis te komen.

In die tijd herhaalde SBS6 vaak oude afleveringen van Star Trek. Ik keek daar altijd met mijn opa naar. Eén van de trekjes die ik volgens mij van hem heb overgenomen, is dat ik niet al te veel van opsmuk houd. Bij mijn opa betekende dat dat hij het raar vond dat mensen op televisie in rare pakjes en met gekke maskers op oorlogje aan het voeren waren in ruimteschepen die sneller konden vliegen dan het licht. Maar tegelijk vond hij het toch facinerend. Te interessant om het af te doen als iets van de moderne tijd waar hij als 80-plusser niets meer mee van doen had. Ten minste, als ik op bezoek was, keek hij altijd mee. Achteraf begreep ik dat hij daardoor altijd 2Vandaag miste.

Eén van de laaste keren dat ik bij mijn opa gegeten heb, viel mij die foto weer op. Er was iets anders aan. Hij was net zo geel als anders en mijn broer en ik waren in meer dan achttien jaar ook niet ouder geworden. Het was een soort van déjâ-vu, maar dan met iets waarvan je weet dat je het eerder hebt gezien. Wat het ook was ik keek net zo verwonderd als op de foto.