De spiegel in de lift is onverbiddelijk. Hij is groot en ik sta in het volle licht. Er was dus geen ontkomen aan.

Waaraan? Mijn haar. Ik moet hoognodig naar de kapper. Met gel is het een grote stekelbos. Zonder ligt het dood boven mij hoge inplant. Als een overleden marmot of een fatfree vetkuif. Misschien wel als een dood dor struikje.

Het erge is dat ik er nog een hele dag mee moet rondlopen. Twee, om precieser te zijn, want morgen kan ik pas naar de kapper.

Intussen maak ik er het beste van. Overdag negeer ik het een beetje. En ’s Avonds schrijf ik het van me af. Ik moet wel, want de eerste grijze haren komen ook al door.