1,  2, 3, 4, 5 en toen hield het op. Ik was uitgeteld en zat op de bank. We waren een heel eind met de tuin gekomen. Dit weekend was het terras afgekomen. En zojuist hadden we het speelhuisje en de zandbak op grote tegels gezet. Mijn armen deden zeer.

Ik had flink gesjouwd. Niet alleen met de (waarschuwing: bouwvakkerstaal) twintig 40×60’ers onder het huisje, maar ook met gehuurde Bo-rentapparaten. Een stenenknipper en trilplaat in en uit je auto tillen gaat niet in je koude kleren zitten. Ze waren zo zwaar dat ik het niet aandurfde om ze tegelijk te vervoeren.

Je auto extreem verlagen vind ik namelijk meer iets voor mietjes. En met al dat gesjouw en zandgeschep was ik toch al een echte een alfaman aan het worden. Ik had meer dan ooit zin in onverzadigd vet, caloriën en bier. En op onverwachte plekken groeide er opeens haar uit mijn lichaam. Bij de Bo-rent stond ik al even belangstellend bij een steiger. Perfect ding om op te staan en te fluiten naar passerende vrouwen. Eén steiger had een haakje waar je Radio Continu aan kon hangen. Volume op 10.

Het viel me al op dat ik tijdens het klussen weinig spierpijn had gehad. Eleanor zei dat dat kwam om dat mijn lichaam aan het zware werk gewend was geraakt. Ik legde haar uit, dat ik door het zware werk gewoon enorm sterk was geworden. En dat ik tijdens onze huwelijksnacht niet alleen haar, maar tegelijk ook Marit en Elke over de drempel zou dragen. Ik kon de neiging mijn spierballen aan te spannen nog net onderdrukken. Dat zou overdreven geweest zijn.

Want vanavond deden mijn armen wel enorm pijn. Ik stelde me voor dat ik hierdoor nooit meer zou kunnen computeren. Dat ik in het vervolg mijn blogs zou schrijven met het knipperen van mijn ogen. Gelukkig, werken mijn armen nu weer pijnloos. En als ik uit het raam kijk, dan ben ik heel blij met het eindresultaat.