Ik ben een keer hulpsint geweest. Dat was een leuke ervaring. Ik mocht een groepje collega’s vermaken. En de feestcommissie had kado’s voor iedereen. Ook voor Sint en Piet.

De baard was erg irritant. Hij kriebelde en hij was warm. Halverwege de avond heb ik hem afgedaan. Mijn mond was er een beetje schraal van geworden.

Maar tot dat moment was ik volledig in mijn rol. We hadden ons verkleed op kantoor en werden met de auto naar de kroeg gebracht waar het allemaal gebeurde. Toen ik de auto uitstapte was ik Sinterklaas.

Ik wuifde statig, liep niet al te snel en ik sprak op een lage toon. Zoals de Sint dat doet. Voorbijgangers riepen mij blij toe. En collega’s verwelkoomden ons met een grote “ik ben blij dat ze mij niet gevraagd hebben” glimlach.

Ik speelde de rol van mijn leven. Dreigde met de roe, de zak naar Spanje en zakjes zout. Maar toen de baard begon te kriebelen viel ik uit mijn rol.

Ik had het warm en tilde de baard omhoog om wat te drinken. De magie was weg. De geest uit de fles. De hulpsint was Bjorn met een tabbert, baard en mijter.

En toen waren we nog niet eens begonnen met de karaoke