Ooit op een vakantie in Italië liet ik mijn sik staan. Een spontane actie die ik zo’n drie maanden volhield. Sindsdien is het een komen en gaan van haar op mijn gezicht. Tot vandaag…

Soms kaal, dan weer een baal. Niet omdat ik een hipster ben, of mannelijkheid wil onderstrepen, maar – eerlijk gezegd – steeds vaker omdat scheren niet in mijn planning lijkt te passen. ’s Morgens komt het er niet van omdat alles snel-snel moet. ’s Avonds ben ik te intensief aan het bankhangen en moet ik de hond ook nog uitlaten. Dus moet ik in het weekend trimmen, scheren, vallen, opstaan en weer doorgaan. Vooral dat, want het onderhoud van een baard valt niet mee.

Het lijkt op een verloren vaardigheid die jonge mannen niet meer geleerd. Daar zou SIRE een campagne over moeten doen. Want ook ik heb van mijn vader alleen instructies gekregen over het afscheren van mijn baard: iedere dag, niet tegen de groei in. Het hoogstnoodzakelijke topje van de ijsberg. Plus dat je mesjes regelmatig moet vervangen.

Ondanks dat zou het best weleens kunnen dat mijn vader mij onbewust inspireerde tot het laten staan van van mijn baard. Er is één geweldige foto waarop hij mijn broer als baby vasthoudt. Hij moet mid twintig zijn en zijn gezicht wordt omlijst door een ringbaard. Hij stond hem goed en was waarschijnlijk het gevolg van werken tussen biologen in de jaren ’70. Bovendien had in die tijd zelfs Paul McCartney een baard.

Toen ik opgroeide ontbrak het volledig aan rolmodellen met gezichtsbeharing. Ik reken voor het gemak Sinterklaas, Uncle Jesse van The Dukes of Hazard en de snorren in de Oranje-selectie op EURO88 niet mee. En ZZ Top al helemaal niet, omdat het enige bandlid zónder baard Dan Beard heet. Dit schrijnend gebrek resulteerde keer op keer in catastrofes tijdens het trimmen van mijn baard.

Gelukkig heb ik mijn scheermes nog.