de avond valt
in duizend stukken
op de straten van de stad
met bonzend hart
als wichelroede
zoek ik mijn verloren schat
maar het leidt tot niets
lood om oud ijzer
welke deur ik ook probeer
ze zijn dicht
of ze gaan open
maar nooit meer als die keer

ze kwam binnen
zonder kloppen
en ging weg
zonder een woord

Tekst: Huub van der Lubbe (De Dijk)